De afgelopen twee jaar adviseerden Guus Verhorst (strategisch adviseur Recreatie bij Staatsbosbeheer) en Angelique Vermeulen (zelfstandig adviseur bij Vermeulen verbindt) nationale parken met vragen op het gebied van recreatieve poorten en bezoekersmanagement. Dit gebeurde in opdracht van het Nationale Parken Bureau (NBP). De parken ontvingen een advies op basis van een aantal intake gesprekken, een gebiedsbezoek en een eendaagse workshop.
Totaal maakten zeven parken gebruik van dit aanbod. De nationale parken Utrechtse Heuvelrug, Weerribben-Wieden, Zuid-Kennemerland, Duinen van Texel, Biesbosch, Hollandse Duinen en Nieuw Land namen contact op met het NPB, dat hun koppelde aan Guus en Angelique. Ze delen hun ervaringen in dit artikel.
Wat zijn de eerste stappen nadat een nationaal park zich meldt?
Guus: ‘Het verzoek komt meestal via de coördinator van het nationaal park terecht bij het NPB. De vragen van de parken verschillen per park, maar altijd gaat het over recreatie en bezoekersmanagement. We starten met een intakegesprek met de aanvrager; we willen weten op welke vraag het nationaal park antwoord wil hebben. Dat is vaak moeilijker dan het lijkt; we moeten vaak flink doorvragen om te achterhalen wat de echte vraag achter de vraag is. Vervolgens verzoeken we het park alle relevante informatie naar ons op te sturen. Daarna gaan we op anoniem gebiedsbezoek waarbij we de hele klantreis doorlopen.’
Hoe ziet het gebiedsbezoek eruit?
‘We kruipen echt in de huid van een recreant die een bezoek wil brengen aan het nationaal park’, zegt Angelique. ‘Dat begint bij het oriënteren achter de laptop vanuit huis, waarbij we als bezoeker de route en highlights van het park opzoeken. Daarna bezoeken we het park. We letten op de informatie die we onderweg tegenkomen, maar ook op ontsluiting en inrichting. Tijdens ons bezoek maken we veel foto’s. Die laten vaak meteen zien waar de schoen wringt. Op basis van onze bevindingen beschrijven we de klantreis. Dat levert steeds verrassende inzichten op.’ Guus vult aan: ‘Indien nodig hebben we voor de workshop contact met de aanvrager om aanvullende informatie op te halen en eventuele gevoeligheden voor te bespreken.’
Wat gebeurt er tijdens de workshop?
Angelique: ‘In overleg met ons nodigt het nationaal park de stakeholders uit voor de workshop. Tijdens de workshop starten we met een korte uitleg over bezoekersmanagement en recreatieve poorten. Daarna presenteren we onze bevindingen van de klantreis. Daarop volgt vanzelf de discussie, vaak gebogen over de plattegrond van het park. Het verslag van de workshop bespreken we met de aanvrager. Daar stopt onze inzet; vervolgens kan het park zelf aan de slag met de aanbevelingen.’
Wat zijn jullie ervaringen met de workshops in de verschillende parken?
Guus en Angelique vinden elke sessie uniek. Dat is ook niet verwonderlijk, want ieder park heeft zijn eigen opgaven en vraagstukken. Meestal zit er veel energie in de groep en ontstaan de juiste discussies. Het voorhouden van de spiegel van de klantreis vinden ze beide het meest interessante onderdeel. Guus: ‘Dit doet bij veel deelnemers de wenkbrauwen fronsen. Ook levert het nogal eens hilariteit op. We waarschuwen altijd vooraf dat we dingen gaan zeggen of laten zien die wellicht confronterend zijn. Dat is eerst wat ongemakkelijk, maar het laat wel duidelijk zien wat er anders kan.’
Is er een rode lijn te trekken in de adviezen die jullie geven aan de parken?
Angelique: ‘Eigenlijk niet. Elke sessie loopt anders en onze adviezen zijn altijd maatwerk. Soms gaan deze over zonering, dan weer over de rol van bezoekerscentra en een andere keer over de samenwerking met partners. Wel merken we dat het soms een andere blik vraagt van betrokkenen. Ze worden uitgedaagd om zowel met een integrale blik als vanuit het perspectief van bezoekers naar het gebied te kijken. In ons eindverslag noemen we concrete aanbevelingen, zowel voor de korte als voor de langere termijn. De grootste uitdaging is om het advies om te zetten in concrete vervolgacties en aan de slag te gaan. Ook dat verschilt per park, maar vrijwel altijd zet het wat in beweging.’
Wat zijn de voornemens voor 2026?
Het Nationale Parken Bureau bekijkt op welke manier er vervolg kan worden gegevens aan de adviezen. Parken die vragen hierover hebben, kunnen contact opnemen met Adriaan Buitink via a.buitink@nationaleparkenbureau.nl.