Elk van de zes nationale parken Lauwersmeer, Duinen van Texel, De Biesbosch, Schiermonnikoog, Nieuw Land en Oosterschelde vertelt aan de hand van zendergegevens een eigen verhaal over de lepelaars. Dit is een volgende stap in de samenwerking tussen deze nationale parken, het Nationale Parken Bureau (NPB) en onderzoekscentrum BirdEyes, onderdeel van Rijksuniversiteit Groningen.
Kenmerken nationale parken
De verhalen sluiten aan bij de kenmerken van de nationale parken en hoe lepelaars de gebieden gebruiken. Zo wordt op Schiermonnikoog zichtbaar welke rol het Waddengebied speelt voor lepelaars. Ook laat de site zien dat broedende lepelaars op dit Waddeneiland regelmatig oversteken naar Nationaal Park Lauwersmeer om daar naar voedsel te zoeken. In Nationaal Park Nieuw Land gaat het over het gebruik van verschillende waterrijke natuurgebieden en in Nationaal Park Oosterschelde over de relatie met de voedselrijke getijdennatuur.
Wetenschappelijke informatie voor een breed publiek
De verhalen zijn gebaseerd op de data en observaties van lepelaaronderzoekers. De zendergegevens maken het mogelijk om individuele lepelaars te volgen en meer te ontdekken over hun gedrag. Tegelijkertijd maken de routes duidelijk dat lepelaars zich niet aan grenzen van gebieden houden. Ze zijn afhankelijk van een netwerk van geschikte gebieden om te broeden, voedsel te zoeken, te rusten en te overwinteren. De nationale parken vormen belangrijke schakels in dat netwerk.
Ontwikkeling
Dit voorjaar werd de eerste versie van de website gelanceerd. Daarin stond het algemene verhaal van de lepelaar en zijn trek in het voor- en najaar langs de nationale parken op de Oost-Atlantische trekroute centraal. In de uitbreiding ligt de nadruk op de verhalen van de afzonderlijke parken. Binnenkort zal deze informatie ook op fysieke plekken in de zes nationale parken te zien zijn, zoals bijvoorbeeld op beeldschermen in bezoekerscentra.