Wat sprak je aan in de functie van programmamanager van het Nationale Parken Bureau?
‘De afgelopen 25 jaar heb ik bij verschillende departementen gewerkt aan grote ruimtelijke vraagstukken. Daarbij stond steeds de vraag centraal hoe we met aandacht en liefde voor het landschap kunnen werken aan de opgaven van deze tijd. Dat deed ik onder meer voor Programma Mooi Nederland, de Nationale Omgevingsvisie, het Deltaprogramma Ruimtelijke Adaptatie en Programma Ons Landschap.
Ik had vanuit mijn verschillende rollen ook contact met nationale parken. Daarbij bespraken we regelmatig hoe je met ontwerpend onderzoek in de overgangsgebieden rond natuurkernen kunt komen tot een nieuw perspectief. Dat vond ik erg inspirerend. Ik merkte hoeveel potentie er ligt om samen met verschillende partijen te werken aan oplossingen voor klimaat, biodiversiteit, water en ruimte. Dat was voor mij een belangrijke reden om te solliciteren naar de functie bij het Nationale Parken Bureau.’
Wat zie je als de belangrijkste kracht van nationale parken?
‘Veel mensen kennen nationale parken vooral als prachtige natuurgebieden. Dat zijn ze natuurlijk ook. Maar ik zie de parken daarnaast ook als samenwerkingsverbanden waarin partijen gezamenlijk werken aan maatschappelijke opgaven. Nationale parken zijn bij uitstek geschikt om gebiedsgericht te werken aan duurzame oplossingen. En daarmee kunnen ze ook bijdragen aan oplossingen voor de stikstofplannen van het Kabinet voor onder andere de zones rondom natuurgebieden. Ik vind dat nationale parken dit nog te weinig uitdragen en provincies die potentie nog onvoldoende benutten. Daar wil het Nationale Parken Bureau parken in ondersteunen en provincies in stimuleren.
Je vindt dat nationale parken hun maatschappelijke relevantie beter zichtbaar moeten maken. Wat bedoel je daarmee?
‘Externe partijen zien nationale parken nog te vaak als een nice to have. Terwijl nationale parken juist veel bijdragen aan maatschappelijke vraagstukken. Denk aan klimaatadaptatie, biodiversiteitsherstel, waterbeheer, gezondheid, recreatie en regionale economie. Met name provincies staan voor grote uitdagingen om deze opgaven in samenhang, gebiedsgericht dus, op te pakken. We moeten de meerwaarde beter laten zien, zowel in het ecologische als in het economische en sociaal-culturele domein. Als we kunnen aantonen wat nationale parken bijdragen aan de samenleving, worden ze in plaats van kwetsbaar onmisbaar. Ook staat dan de financiering minder onder druk.’
Welke lessen neem je mee uit eerdere samenwerkingen?
‘Een mooi voorbeeld is het Kustpact, waarvoor ik de rol van voorzitter vervulde. Daar werken overheden, waterschappen, natuurorganisaties en ondernemers samen aan een gezonde balans tussen recreatie, natuur en landschap. Wat mij daar vooral opviel, is dat partijen elkaar vonden vanuit een gezamenlijk belang. Recreatie-ondernemers begrijpen dat aantrekkelijke natuur essentieel is voor hun toekomst. Natuurorganisaties zien tegelijkertijd dat investeringen door de recreatiesector kunnen bijdragen aan de ruimtelijke kwaliteit en de natuur kunnen ontlasten door bezoekers te ontvangen op minder kwetsbare plekken.’
Hoe vertaal je dat naar de situatie van de nationale parken?
‘Ik zou willen dat we vergelijkbare samenwerkingen meer terugzien binnen nationale parken . Vooral in de overgangsgebieden rondom natuurkernen liggen veel kansen. Door te investeren in bijvoorbeeld recreatieve routes, groenblauwe verbindingen, landschappelijke kwaliteit en nieuwe recreatieve voorzieningen kun je aantrekkelijke gebieden ontwikkelen die tegelijkertijd de natuurkern ontlasten en beschermen. Zo creëer je meerwaarde voor natuur én voor de mensen die er wonen, werken en recreëren.’
Wat is volgens jou de grootste opgave voor de komende jaren?
‘Dat we met elkaar beter zichtbaar maken wat nationale parken bijdragen aan de grote maatschappelijke opgaven van deze tijd. Daarom verzamelen we momenteel voorbeelden en data van gebieden waar dat al gebeurt en tot mooie resultaten leidt. Die kennis willen we delen. Enerzijds met nationale parken zodat zij van elkaar kunnen leren en hun positie verder kunnen versterken. Anderzijds ook met beleidsmakers van onder andere ministeries en provincies. We willen laten zien dat de maatschappelijke opgaven met elkaar hangen en het alleen tot resultaat leidt als deze tegelijkertijd gebiedsgericht worden aangepakt. Uiteindelijk draait het om samenwerking. Je moet elkaar vinden op een betekenisvolle manier.’
Leestip
David schreef onlangs met onderzoekers Jorien Zevenberg en Jochem Jansen en Nationale Parken Bureau-collega Adriaan Buitink het opinieartikel Nationale parken kunnen bijdragen aan opgaven landelijk gebied, dat is geplaatst op gebiedsontwikkeling.nu.