Alle 21 nationale parken in Nederland hebben plannen opgesteld om natuur, landschap, erfgoed en ruimtelijke kwaliteit te versterken. Dat blijkt uit de eerste meting van de beleidsmonitor voor het Beleidsprogramma Nationale Parken 2024-2030, die in opdracht van het ministerie van LVVN is uitgevoerd door de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (RVO).
Volgens het rapport werken de parken actief aan projecten en samenwerkingen om hun gebied te versterken. Veel initiatieven richten zich op natuurherstel, het behoud van landschapselementen en het beter zichtbaar maken van erfgoed in het landschap. Daarbij werken parken samen met onder meer bewoners, boeren, natuurorganisaties en lokale ondernemers.
Voorbereidings- of opstartfase
Toch is het volgens de onderzoekers nog te vroeg om duidelijke effecten van het beleid op natuurkwaliteit en landschap vast te stellen. Het betreft hier een eerste meting en veel activiteiten bevinden zich nog in de voorbereidings- of opstartfase. Ook verschillen de nationale parken sterk in omvang, organisatie en middelen. Dat heeft invloed op de manier waarop zij de beleidsdoelen uitvoeren.
Bezoekersmanagement
Een belangrijk aandachtspunt is het beheer van bezoekersstromen. Een derde van de parken beschikt over een officieel bezoekersmanagementplan om recreatie en natuur in balans te houden. De meeste andere parken proberen via maatregelen, zoals zonering, routekeuzes en tijdelijke afsluitingen kwetsbare gebieden te ontlasten.
Bekendheid
Uit aanvullend onderzoek onder Nederlanders blijkt dat nationale parken relatief bekend zijn: Totaal weet 91 procent van de respondenten dat Nederland nationale parken heeft. Tegelijkertijd is het onderscheid met gewone natuurgebieden voor veel mensen nog onduidelijk. Respondenten associƫren nationale parken vooral met natuur en rust, en minder met recreatie of regionale ontwikkeling.
Eerste meeting
De monitor is een eerste meting en wordt tijdens de looptijd van het beleidsprogramma nog tweemaal (2027 en 2030) uitgevoerd om te volgen in hoeverre de doelen richting 2030 worden bereikt. Met de tweede meting wordt het ook mogelijk om effecten van de uitgevoerde activiteiten te benoemen.
Lees hier het volledige rapport...