Elze Hemke is sinds 2018 betrokken bij de ontwikkeling en het beleid voor nationale parken. Eerst deed ze dit als coördinator, later als programmaleider bij het ministerie van LVVN. In dit interview gaat zij onder andere terug naar haar eerste kennismaking met de parken en bespreekt ze de uitdagingen die ze tegenkwam bij de ontwikkeling van het nationale parkenbeleid.
Wanneer maakte je voor het eerst kennis met nationale parken?
‘Dat begon tijdens mijn studietijd in Wageningen. Ik ging toen regelmatig een dag naar Het Nationale Park De Hoge Veluwe. Het landschap met zandverstuivingen, heidevelden, solitaire bomen, bos, de wildroosters, en zeker ook het museum, de beeldentuin en de mooie fietstochten maakten indruk op me. Het gaf me rust, ruimte en plezier. Ik kwam er graag, niet vanwege het feit dat het een nationaal park was, maar vooral vanwege de aantrekkelijke omgeving en wat deze met me deed.’
Is Het Nationale Park De Hoge Veluwe daarmee ook jouw favoriete nationale park?
Alle 21 parken hebben hun eigen charme volgens Elze. 'Maar Nationaal Park Het Dwingelderveld heeft echt indruk op me gemaakt. De mix van heidevelden, esdorpen, stuifzand en vennetjes vind ik aantrekkelijk. Daarbij geven het bezoekerscentrum, de winkel en het aanbod van speelnatuur, waarmee ik de wereld van OERR bedoel, extra waarde aan een bezoek en beleving van het park.'
Is jouw beeld van de nationale parken door de jaren heen veranderd?
‘Ja, dat is het zeker. Door samenwerking, kennis en ervaring heb ik de parken, de mensen èn de netwerken erachter beter leren kennen. Ieder park werkt vanuit ontstaanswijze, identiteit en kennis aan een duurzame toekomst van het gebied en de directe omgeving. De veelzijdigheid van de parken is in de loop der jaren steeds meer zichtbaar geworden. Waar ik vroeger het park vooral zag als entiteit ‘gebied’, denk ik daar nu anders over. Ik weet dat het park ook een netwerk is van lokale en regionale partners. Dat netwerk heeft invloed op de ontwikkeling van de regio, de ontvangst van bezoekers en de natuurbeleving.’
Waar ben je trots op, terugkijkend op je werk voor en met nationale parken bij het ministerie?
‘Dat we de parken beter op de kaart hebben gezet. Met onder andere een beleidsprogramma, financiering van het ministerie van LVVN, samenwerking met de provincies en de landelijke partners. Dit heeft vorm gekregen in het Manifest Nationale Parken (2025-2030), de Beleidsregel aanwijzing Nationale Parken (2024-2030) en de start van monitoring van de beleidsdoelen. De resultaten van de eerste meting van deze monitoring zijn overigens onlangs gepubliceerd. Daarnaast is ook de aanwijzing van nieuwe parken iets waar ik trots op ben: Nationaal Park Nieuw Land en Van Gogh Nationaal Park kwamen erbij en er vond een herbegrenzing plaats van Nationaal Park Drentsche Aa. Het voorbereiden van de bestuurlijke besluitvorming om vanuit het Rijk extra middelen voor de nationale parken vrij te maken vond ik een echte uitdaging. Het was een moeizaam en niet altijd even leuk proces, maar met doorzettingsvermogen kom je een heel eind.’
Waar zouden nationale parken meer aandacht aan kunnen besteden?
Daar heeft Elze wel een idee bij. ‘Nationale Parken kunnen meer aandacht besteden aan het informeren en activeren van bewoners. Initiatieven zoals heuvelrugtuinen bij Nationaal Park de Utrechtse Heuvelrug of duintuinen bij Nationaal Park Zuid-Kennemerland brengen de biodiversiteit letterlijk tot aan de voordeur van de huizen van mensen. Ze zorgen daarmee voor meer betrokkenheid bij het nationaal park. Het is voor parken belangrijk dat ze weten waarvoor ze staan, met duidelijke boodschappen en zichtbaarheid in de lokale samenleving. Wat mij betreft hoeven de parken niet persé aandacht te schenken aan nieuwe onderwerpen.’
Wat is daarvoor nodig?
De boodschap van Elze is helder: ‘Laat als nationaal park je meerwaarde zien. Werk vanuit een duidelijke visie aan concrete voorbeelden in de regio. De samenwerking binnen het stelsel van nationale parken is belangrijk om gezamenlijk stappen te kunnen zetten. Maar blijf als park ook trouw aan jezelf, benut regionale kansen en draag bij aan een duurzame toekomst. Een nationaal park is veel meer dan natuur en landschap alleen.’
Heb je nog een wens voor de nationale parken?
‘De bijzondere collectie van nationale parken verdient wat mij betreft meer aandacht’, zegt Elze. ‘Tijdens mijn werk voor en met nationale parken ontdekte ik dat de 21 parken zo ongeveer alle landschapstypen van Nederland vertegenwoordigen. Vrijwel nergens ter wereld kom je zo veel verschillende landschappen op zo’n korte afstand van elkaar tegen. Neem die waarden mee in alles wat je doet.’
Tot slot wens ik de nationale parken een duurzame toekomst en bedank iedereen voor de plezierige samenwerking in de afgelopen jaren. Het was een mooie reis. Wie weet tot ziens in een van onze mooie nationale parken!